Het Brandrode Rund

 

 

 

 

Voorzitter Secretaris
Drs. J.J.M. van Riel
Kraanven 23
5175 PE Loon op Zand
Drs. Ing. J.A.H. van Lieshout
Julianastraat 2
5087 BB Diessen
Contact     : uitsluitend via J.J.M. van Riel, Kraanven 23, 5175 PE Loon op Zand
Telefoon    : 0416 361 579 / 0622 495 100, te bereiken woensdag- en vrijdagmorgen van 09.00-12.00 uur.
E-mail       : jjmvanriel@hetnet.nl
Website    : www.vereniginghetbrandroderund.nl

 

 

 

HET BRANDRODE RUND

Van oudsher een degelijke Hollandse koe.


Geschiedenis


Het Brandrode Rund behoort tot het Maas-Rijn-IJssel veetype, vaak kortweg MRIJ genoemd. Al vanaf het begin van de 20e eeuw werd er in het rivieren-gebied gefokt met de daar voorkomende sobere, sterke, makke en gelijkmatige koeien. Door hun uitgesproken dubbeldoel-eigenschappen speelden vooral de donkerrode dieren een bepalende rol in de roodbonte MRIJ-fokkerij.

Door specialisatie op melkproductie verdwenen in de jaren 70 echter veel typische MRIJ-kenmerken. Teruglopende aantallen, genetische versmalling en de mkz-uitbraak in 2001 brachten het  MRIJ-ras ernstige slagen toe. Hierdoor werd het Brandrode Rund, dat nu als een apart rundveeras wordt onderscheiden, een zeldzaam huisdier.

Door hun robuustheid en weerstand tegen ziekten hebben Brandrode Runderen hardheid en een lange levensduur, wat hen ook geschikt maakt voor  natuurbegrazing. Inmiddels hebben de Brandrode Runderen een eigen stamboek en hebben zowel cultuurhistorische organisaties, professionele als hobbyboeren de handen ineen geslagen om het ras van de ondergang te redden. Via onderzoek en fokmodellen wordt gewerkt aan instandhouding van het ras en verbreding van de bloedvoering.

 

Het Brandrode Rund

Brandrode Runderen zijn egaal diep donkerrood of bruinrood van kleur met witte aftekeningen: een witte kol, een witte buik, een witte staartpunt en witte sokken. Op sommige plaatsen van het lichaam, met name aan de kop en de poten neigt de kleur meer naar zwartachtig rood. Vanwege deze geblakerde kleur is de naam ‘brandrood’ ontstaan.

Brandrode Runderen zijn middelgroot. Het zijn rustige en vriendelijke dieren voor elkaar en voor de mensen, wat hen goed hanteerbaar maakt. Ze zijn goed bestand tegen voederovergangen en wisselende weersomstandigheden. Het Brandrode Rund is sterk en sober, kan zich goed aanpassen en  blijkt redelijk winterhard. Daardoor kunnen ze het hele jaar door in de buitenlucht verblijven. De dieren zijn vruchtbaar, kalven gemakkelijk en  bezitten goede moedereigenschappen. In natuur-gebieden gehouden Brandroden zogen hun eigen kalveren. Er zijn echter ook enkele veehouderijen waar Brandroden als melkvee worden gehouden.

Vereniging Het Brandrode Rund

De stamboekvereniging Het Brandrode Rund is aangesloten bij het NRS (Nederlands Rundvee Syndicaat). Houdt u zelf Brandrode Runderen, dan kunt u lid worden van de vereniging. Bezit u geen Brandrode Runderen maar draagt u deze wel een warm hart toe, dan kunt u Vriend worden.

Als lid of als Vriend ontvangt u 3 x per jaar de Nieuwsperiodiek ‘Brandrood in het Landschap’ en een uitnodiging voor de ledendagen.
Het lidmaatschap voor leden bedraagt € 45,00 per jaar. Voor € 20,00 per jaar bent u al Vriend van het Brandrode Rund.

 

 

 

 

 

HET BRANDRODE RUND

Van oudsher een degelijke Hollandse koe.

 

Geschiedenis. Verwantschap

Net als alle gedomesticeerde runderen stamt het Brandrode Rund af van het  oorspronkelijke, sobere en winterharde, zwartbruin (voor de stieren) tot roodbruin (voor de koeien) gekleurde oerrund. Door het NRS zijn vanaf 1907 drie ‘veeslagen’ erkend: zwartbont, blaarkop en roodbont. Binnen het roodbonte vee kwamen van oudsher zeer donkere, ‘brandrode’ dieren voor, zowel in Nederland, België als in Duitsland. Het Brandrode Rund behoort tot het Maas-Rijn-IJssel vee, ook wel MRIJ genoemd. Historisch gezien zijn er dwarsverbanden te vinden met het Duitse ‘Rotbunte vee’ en het Belgische ‘Kempische Rund’.

Betekenis. Basisras voor MRIJ

De MRIJ-fokkerij ontstond aan het begin van de 20e eeuw. De basis werd gelegd met in het rivierengebied voorkomende sobere, sterke, makke en gelijkmatige koeien. Wegens hun uitgesproken dubbeldoel-eigenschappen bleken de donkerrode dieren met name bepalend voor de MRIJ-fokkerij. Deze koeien hadden een wat kromme rug, stevige schouders en een forse hals, een dikke spierbedekking en gevulde lendenen, lange bekkens met hoge kruisbenen en forse ruimte voor longen en hart. Met dergelijke dieren fokte men in een gebied langs de IJssel, de West-Achterhoek, Salland, Twente en een strook tot aan Zuidwest-Drenthe maar ook in Oost-Brabant, Noord-Limburg en het Land van Maas en Waal. Uiteindelijk ontwikkelde de streek rond Olst, Welsum, Nijbroek en Terwolde zich tot de bakermat van het roodbonte MRIJ-vee. Het werd van lieverlee als een apart rundveeras onderscheiden, dat zich door specialisatie in het gebruik tot ver na de Tweede Wereldoorlog kon meten met Hollandse en Friese zwartbont.

Holsteinisering vormde uitdaging

Hoewel de MRIJ-uiers wat dieper waren en de speenplaatsing verschilde, lag de melkproductie vrijwel op hetzelfde niveau maar het vlees bracht meer op.  De voor wijd en achter nauw geplaatste spenen gaven echter problemen bij het machinaal melken en de ontwikkeling van het ras stagneerde op dit punt. Tegelijkertijd verliep door het gebruik van bepaalde stieren de haarkleur van rood naar roodgeel en minder gevlekt. In de jaren 70 kwam voor MRIJ door gedwongen specialisatie het

keerpunt. Het werd voor de levensmiddelenhandel goedkoper om vlees van speciale buitenlandse vleesrassen in te kopen en de Nederlandse boeren resteerde niets anders dan te fokken op melkproductie. Dat gebeurde vooral via KI van Amerikaanse Holsteinstieren. Omdat MRIJ een dubbeldoelras was had het ten opzichte van de Hollandse koe en de Blaarkop even uitstel, mede door de snelle groei van de kalveren, het groter aantal melkdagen en het hogere percentage melkeiwit met een gunstiger eiwit/vet verhouding.

Teruglopende aantallen. Diverse invloeden

Om aan de markt te blijven begonnen de productie-gerichte IJsselboeren met KI van de Red Holsteins uit Canada. Al snel veranderde de MRIJ-koe naar een magerder en hoogbeniger dier, waarbij de dikke dijen en het krachtige beenwerk plaats moesten maken voor een groter uier. De nieuwe gerichtheid op functionaliteit betekende gebruik van slechts enkele topstieren, wat genetische versmalling inhield. Nochtans hielden fokverenigingen in de IJsselvallei met eigen stieren met succes de MRIJ-vlag hoog. De mkz-uitbraak van 2001 bracht het ras evenwel een nieuwe slag toe en zorgde voor een halvering van het percentage bedrijven met roodbont vee in het gebied Deventer-Apeldoorn-Zwolle. En nog is het MRIJ-ras niet veilig. Boeren moeten immers bedrijfsmatig blijven groeien via schaalvergroting en productieverhoging en hun arbeidskosten laag houden, wat beter kan met Holstein-koeien. Ook was er een tendens om begrazingsprojecten niet met inheemse maar met uitheemse veerassen uit te voeren.

Herstel met kansen en bedreigingen

Gelukkig waren er boeren die door hun principes vasthielden aan een traditionele bedrijfsvoering en zwoeren bij de kwaliteiten van het vee van weleer. Zij zagen de relatie tussen robuustheid en weerstand, leidend tot minder vatbaarheid voor ziekten en een lange levensduur, maar letten ook meer op kleur, ruimte en welzijn. Omdat zij eigen stieren bleven gebruiken raakte hun vee genetisch geïsoleerd van wittere MRIJ-dieren. Zo werd het type en het kleurpatroon van het vroegere MRIJ-vee geconserveerd, waaronder het Brandrode rund, dat aldus drager is van een belangrijk genetisch potentieel. De teruglopende aantallen hadden echter een verenging in de bloedvoering tot gevolg.

Stand van zaken. Van Stichting naar Vereniging

In 2001 werd een stichting in het leven geroepen om de bedreigende situatie van nog slechts een 100 resterende Brandroden via gerichte fokplannen te verbeteren. Er was nauwelijks sperma voorradig en de kans op inteelt hield aan. De Stichting Het Brandrode Rund kocht uit het rivierengebied afkomstige dieren aan van zoveel mogelijk onverwante bloedlijnen. Samen met instanties als Natuurmonumenten, Geldersch Landschap en Staatsbosbeheer werden deze dieren ingezet voor begrazingsbeheer in de oud-Hollandse cultuur-landschappen. Voorbeelden daarvan zijn de Kraanvense Heide (Loon op Zand), de Groote Modderkolk (Loenen), De Voorne (Heerewaarden), en de uiterwaarden bij Beuningen en Batenburg. Er blijkt nog een klein aantal veehouders Brandrode koeien te melken en daarnaast worden ze in kleine aantallen door hobbyboeren gekoesterd. Er werd een stamboek opgericht, een fokdoel en een rasstandaard geformuleerd en de eerstvolgende jaren werden gebruikt voor inventarisatie en organisatie.

Na een landelijke oproep en inspectie werden bij veel dieren op Holstein- en vleesvee-invloeden vastgesteld. Toch groeide het aantal dieren naar ca. 200. Er was inmiddels wel van meer stieren sperma gewonnen en in de Genenbank opgeslagen maar omdat dit van één bedrijf afkomstig is, was het gevaar voor inteelt nog niet geweken. In 2004 werd het stamboek gesloten met een veebeslag van ca. 500 dieren. De stichting begon aan een nieuwe periode met omzetting naar een vereniging. Ook werd van 3 nieuwe, onverwante stieren volgens EU-normen sperma gewonnen.

De Brandrode. Fokdoel

Het fokdoel kan omschreven worden als het fokken van runderen, die geheel ‘brandrood of bruinrood’ zijn, met een witte kol, een witte staartpunt, witte onderbuik en witte sokken. Op sommige plaatsen van het lichaam, met name aan de kop en de poten, bezit de kleur pigment dat meer naar zwartachtig rood neigt. De dieren moeten uitmunten in een grote mate van soberheid en een groot aanpassings-vermogen in de vrije natuur, zodat ze het hele jaar door in de buitenlucht kunnen verblijven. Ze dienen een uitermate vriendelijk karakter te bezitten ten opzichte van koppelgenoten en van de mens in de vrije natuur. Ze dienen tot op hoge leeftijd een goede vruchtbaarheid te hebben, gemakkelijk af te kalven en in staat zijn om hun eigen kalveren te zogen.

De Brandrode. Rasstandaard

Het exterieur vertoont qua algemeen voorkomen een evenredig harmonisch gebouwd dier met een rechte, vlakke  rug van het melkvleestype,  met voldoende bespiering, een kruishoogte van 135 - 140 cm, met sterke benen en klauwen en waarbij aan het uier minder zware eisen worden gesteld dan bij melkveerassen. De haarkleur is egaal diep donkerrood of bruinrood van kleur met witte aftekeningen: een witte kol, een witte buik, witte sokken en een witte staartpunt.

Meer specifiek is het hoofd goed geproportioneerd en breed tussen de horens, tussen de ogen en aan de blauwzwarte neusspiegel. Sommige dieren hebben een blauwe tong. De hals en nek zijn lang en recht maar bevleesd. De borst is redelijk diep. De schoft is gespierd en ligt iets lager dan het kruis. De ribben zijn goed gewelfd, de flanken zijn kort en vol en de lendenen breed en recht. Het kruis is recht en lang maar iets hellend. De broek is lang met ver naar onderen doorlopende spieren. De koekoeksgaten zijn behoorlijk gevuld en de staart is goed gevormd en fijn ingeplant. Het beenwerk is niet te zwaar en droog met soepele, sterke gewrichten, voldoende gehoekt en evenwijdig. De klauwen zijn krachtig en niet te groot, achter iets langer en spitser dan voor. Het uier is goed aangesloten en gelijkmatig en vierkant ontwikkeld, functioneel, met vierkant geplaatste spenen. Stieren zijn donkerder tot bijna zwart in het hoofd en wegen 800 - 900 kg, koeien wegen 550 - 600 kg.

De Brandrode. Eigenschappen

Brandrode koeien zijn rustige dieren, voor elkaar en voor de mensen. Ze zijn goed hanteerbaar en prettig in de omgang, zijn zelfredzaam en sober, hebben een goede voederconversie en zijn goed bestand tegen voerovergangen. Het Brandrode rund is redelijk winterhard en heeft geen sterke vetopslag.

Het is een vruchtbaar, vroegrijp ras dat ondanks het formaat van de kalveren doorgaans gemakkelijk kalft.

Vereniging Het Brandrode Rund

In 2005 is omzetting van de stichting naar een vereniging gecompleteerd. De vereniging is aangesloten bij het NRS en bij de FVN. Via onderzoek en fokmodellen wordt verder gewerkt aan instandhouding van het ras en verbreding van de bloedvoering. De vereniging telt 48 leden en ‘vrienden’, die 3 x per jaar de Nieuwsperiodiek ‘Brandrood in het Landschap’ ontvangen en ledendagen bezoeken.

Het lidmaatschap voor leden bedraagt € 45,00, voor ‘vrienden’ € 20,00 of meer.